Castelnau-de-Montmiral is een bastide, gesticht in 1222 door Raymond VII, graaf van Toulouse, ter vervanging van de versterkingen die door de kruistocht tegen de katharen (of Albigenzen) werden vernietigd. De naam komt van het latijn "castellum novum montis mirabilis" of het nieuwe kasteel op de berg van waaruit je kan zien.
Vroeger maakte men in het Franse zuidwesten een onderscheid tussen "bastides" en "castelnaus". Een castelnau was zowat een nieuw versterkt stadje, dat bleef afhangen van de feodale heerser in zijn nabijgelegen kasteel, terwijl een bastide als versterkt stadje dadelijk zelfbestuur kreeg. Montmiral was - zoal haar naam duidelijk maakt - een castelnau. Maar al snel kregen al die stadjes zelfbestuur, en het verschil vervaagde. Evenwel, de bastides en castelnaus uit de sud-ouest zijn verschillend van de bastides in de Provence (de sud-est), die eerder versterkte boerderijen waren dan stadjes.
Zoals de andere bastides uit de omgeving van Albi, kende Castelnau-de-Montmiral een bewogen geschiedenis. In 1355 hebben de Engelsen Castelnau belegerd, en tijdens de godsdienstoorlogen was het de beurt aan de protestantse troepen om op te trekken tegen Castelnau-de-Montmiral, een katholiek bastion. De omwallingen van de vesting boden ook geen beschutting tegen de pest, die in 1628 een groot deel van de bevolking vernietigde.
De structuur en het stratenplan van Castelnau-de-Montmiral komen recht uit de middeleeuwen, en hebben in de loop der eeuwen weinig veranderingen ondergaan, behalve dan dat de omwallingen grotendeels werden gesloopt. De oudste gebouwen dateren van de 16e en 17e eeuw; het oude marktplein (La Place des Arcades) met zijn overdekte galerijen en huizen uit de 16e en 17e eeuw is buitengewoon mooi. Eén van de zuilen van het marktplein deed ooit dienst als schandpaal (le "pilori"),... De terrasjes zijn uitnodigend, zoals ook Sartre en de Beauvoir hebben gemerkt. Van op de Pechmiral (met zijn Mariabeeld) heb je een mooi zicht op het Gresignebos, de vallei van de Vère, de streek rond Albi, en zelfs het begin van de Aveyron. De kerk van Notre-Dame de l'Assomption is goed bewaard, en is trots op een prachtig kruis (begin 14e eeuw), dat als relikwie een splinter van het Heilig Kruis zou bevatten. En vanzelfsprekend had Castelnau-de-Montmiral zijn plek waar de pelgrims naar Compostella bijeenkwamen: de place de la Rose. Er zijn nog wat overblijfselen van de omwallingen van Castelnau, onder meer een poort (La Porte des Garrics) tegenover de weg naar Gaillac, en een toren (la tour de Toulze).
Castelnau-de-Montmiral geldt terecht als één der "plus beaux villages" in Frankrijk. Het is een vrij uitgestrekte gemeente, want het Grésignebos (3000 hectares) hoort administratief bij zijn grondgebied. Toch zijn er net iets minder dan 1000 inwoners. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er meer dan 2000, en toen was Castelnau nog niet gefuseerd met kleinere gemeenten, nu kleine gehuchten. In die gehuchten staat telkens nog wel een kerk: Saint-Martin, Saint-Jérôme, Saint-Marcial, Brugnac, Gradille. Het onderhoud van de kerken is op een laag pitje gezet, en er worden geen kerkdiensten meer gehouden, buiten Notre Dame in Montmiral dan. Op het grondgebied van de gemeente staan wel nog een aantal kastelen en voormalige jachtpaviljoenen: Corduriès, Fézembat, Mazières, Meyragues (allemaal privébezit, uiteraard)
Vanuit chambres d'hôtes Artichaud kan je
Castelnau-de-Montmiral en de andere
bastides in de buurt bezoeken, ons wandelarrangement
is daarvoor een aanrader.
Foto's en tekst: © Chambres
et table d'hôtes Artichaud









